Een domme vraag is als een vetrol: we worden aangeleerd dat het eigenlijk niet hoort, terwijl er helemaal niks mis mee is. Daarom de domme vraag van deze dinsdag:

Ben ik dikker in de winter, doordat water uitzet bij kou?

Het menselijk lichaam bestaat voor ongeveer 60 procent uit water. Iemand met 70 kilo schoon aan de haak, zeult dus pak ‘m beet 42 kilo aan lichaamsvocht met zich mee. Gatsie. In de winter, bij vrieskou, zet dit lichaamsvocht inderdaad ietsje uit.

Vanaf 4 graden Celsius neemt de dichtheid van water inderdaad af, zowel als het warmer wordt als wanneer het kouder wordt. Bij deze temperatuur is de dichtheid van water precies 1 kilo per liter. Bij minus 10 graden Celsius is deze 0.9982 kilo per liter.

Dus dan zou je zeggen, dat als het minus 10 graden is, je ongeveer 42/0.9982 – 42/1 = 0.076 liter = 0.076 kubieke decimeter = 76 kubieke centimeter dikker bent geworden ten opzichte van 4 graden. Zeg maar 76 suikerklontjes aan volume (maar ook aan calorietjes, hihi)

Maarrrrrr: het is natuurlijk niet zo dat je lichaamstemperatuur zoveel daalt! Je vetcellen zouden dan trouwens wel afsterven, maar dat geldt ook voor de rest van je lichaam. En dan schieten we toch een beetje ons doel voorbij. Als je lichaamstemperatuur gewoon netjes rond de 37 graden is, en misschien een half graadje zakt in de koud, zou je inderdaad omgerekend zo’n 8 suikerklontjes aan volume (en calorietjes, nogmaals -blijft een spitsvondig grapje) uitzetten. Dat is zo goed als verwaarloosbaar over je hele lichaam gemeten.

Het antwoord is dus: nee. Waarschijnlijk eet je gewoon meer, doordat het kouder is. En dat is ok, je bent mooi zoals je bent. (L)